Aflevering 4 van de TONAG, kaart 31-33

door Philomène Bloemhoff-de Bruijn

Klik hier voor de tekst:

https://www.sasland.nl/wp-content/uploads/2023/03/Aflevering-4-van-de-TONAG-2.pdf

Bij het artikel horen drie kaarten, die kunnen worden bekeken door op het kaartnummer te klikken:

https://www.sasland.nl/wp-content/uploads/2023/03/Kaart-31-Kiespijn-scaled.jpg

https://www.sasland.nl/wp-content/uploads/2023/03/Kaart-32-Kies-scaled.jpg

https://www.sasland.nl/wp-content/uploads/2023/03/Kaart-33-Rode-aalbes-scaled.jpg

ONDERZUUKSRISSELTAOTEN VAN DE LAESTE JAOREN: PUBLIKAOSIES OP ET TERREIN VAN DE NEDERSAKSISCHE TAEL- EN LETTERKUNDE

In 2022 – oktober 2023

Bartelds, Martijn (2023), Representing Low-Resource Languages and Dialects: Improved Neural Methods for Spoken Language Processing [dissertatie Rijksuniversiteit Groningen]. Op: https://pure.rug.nl/ws/portalfiles/portal/812185121/Complete_thesis.pdf

Bloemhoff, Henk (2023a), In de Middelhof van et Ooldsaksisch: an de haand van de variëteiten van Vriezenvene, Dalfsen, Hasselt, Epe en Niekark, in: Jaorboek Nedersaksisch 3 (2022): 95-108

Bloemhoff, Henk (2023b), De ooldste dom van Stellingwarf staot in Berkoop!, in: De Ovend 51 (2023) no. 3: 6-11

Bloemhoff, Henk (2023c), Wees slimme welkom, ‘eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie’!, in: Roet. Drents Letterkundig Tiedschrift jg. 45 (2023), winternummer: 20-24; ook in Jaorboek Nedersaksisch 3 (2022): 126-130

Bloemhoff, Henk mit mitwarking van Hans Salverda (2023), ‘Over Theebos bi’j Waoteren, Thij bi’j Stienwiek en Tbos bi’j de Drentse perveensiegreens onder Vleddervene. Een oproep toegelieke’, in: De Ovend 51 (2023) no. 5: 14-19

Bloemhoff, Henk en Henk Nijkeuter (red.) (2023), Jaorboek Nedersaksisch 3 (2022)Mit de lezings en prissentaosies van de Mannefestaosie Nedersaksische Literetuur [enz.]. Oosterwoolde / Zwaag: Stichting Sasland i.s.m. boekenbestellen.nl

Bloemhoff-de Bruijn, Philomène (2023a), Krijgt de Taalatlas van Oost-Nederland na 60 jaar toch nog een vervolg?, in: Jaorboek Nedersaksisch 3 (2022): 42-48.

Bloemhoff-de Bruijn, Philomène (2023b), Aflevering 4 van de TONAG, kaart 31-33. Op:www.sasland.nl, > Onderzuukstee Nedersaksische Taelkunde

Boer, Wim de en Henk Bloemhoff (2023), Veldnaemen van Stellingwarf diel VIII Berkoop. M.m.v. Karst Berkenbosch, Roelof Dragt en Pieter de Jong. Berkoop / Oldeberkoop, 2023: Stellingwarver Schrieversronte

Bree, Cor van (2023), Jan Nijen Twilhaar, met medewerking van Henk Bloemhoff. Heliand. Sallaandse vertaling. Assen: Van Gorcum, 2022 [etc.]. Henk Bloemhoff, mit mitwarking van Jan Nijen Twilhaar. Heliand. Stellingwarver vertaeling. Assen: Van Gorcum, 2022 [etc.] (boekbespreking), in: Nederlandse Taalkunde 28 no. 2: 236-240

Buurke, Raoul en Martijn Wieling (2023), Sound Change Estimation in Netherlandic Regional Languages: Reducing Inter-Transcriber Variability in Dialect Corpora, in: Taal en Tongval 75 (1): 7-28

Darwinkel, Abel, Klaucke, Rik en Henk Nijkeuter (red.) (2023), As Paosen en Pinkstern op ien dag valt. Voorjaarstradities in Drenthe. Assen, 2023: Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum

[Knottnerus, O.], Moi (groet), op https://nl.wikipedia.org/wiki/Moi_(groet)#Tot_1920

Nijen Twilhaar, Jan (2022), Een geval van klinkerverkleuring, op: Neerlandistiek 29 november

Nijen Twilhaar, Jan (2023a), Heliand. Nederlandse vertaling. Assen: Van Gorcum.

Nijen Twilhaar, Jan (2023b), Nieuwe Nedersaksische vertalingen van de Heliand, in: Jaorboek Nedersaksisch 3 (2022): 81-94.

Nijen Twilhaar, Jan (2023c), Satan en de Saksen, op: Neerlandistiek 10 januari.

Nijen Twilhaar Jan (2023d), De Oudsaksische Heliand in het Nederlands, op: Neerlandistiek 17 maart.

Nijen Twilhaar Jan (2023e), Waar werd de Heliand geschreven?, op: Neerlandistiek 25 mei.

Nijen Twilhaar Jan (2023f), Temet he-w, hebbe wiej en hebt wiejlûu völle wille. Over complexe vervoegingen, op: Neerlandistiek 28 juni.

Nijen Twilhaar Jan (2023g), Over de familienamen Poep en Poepjes, op: Neerlandistiek 5 juli.

Nijen Twilhaar Jan (2023h), Salland. Natuurlijk gastvrij, op: Neerlandistiek 23 augustus

Nijkeuter, Henk (2023), ‘De rannies met het rooie haor’ De Reynaertvertaling van Jan Naarding’ in: NDVA 139 (2022) 93-113. Ook in: Jaorboek Nedersaksisch 3 (2022): 110-125.

Norton, Julia & Christopher D. Sapp (2021), Dialectical Variation in Old Saxon and the Origins of the Hêliand Manuscripts, in: Journal of English and Germanic Philology, 516-544

Scholtmeijer, Harrie (2023), De dominee en het dialect. Over het werk van Heering en Schuurmans, in: Jaorboek Nedersaksisch 3 (2022): 26-37

Siewert, Janine, Martijn Wieling en Yves Scherrer (2023), Changing usage of Low Saxon auxiliary and modal verbs. Op: https://www.martijnwieling.nl/files/Siewert2023.pdf

Sterken, Arjan (2023). De Ambigue Doden: Naolopers en heur onzekere alliantie in Noord-Nedersaksische Volksvertellings, in: Jaorboek Nedersaksisch 3 (2022):53-80.

Stroop, Jan (2023), Familienamen, hoe spreek je ze uit: Van Groeningen, Van Deutekom, op: https://neerlandistiek.nl/2023/06/familienamen-hoe-spreek-je-ze-uit-van-groeningen-van-deutekom/

Willemsen-Häövelink, Gerrie, Gerrit Bril en Lex Schaars (2023), Zutphens: klip en kläör.  Doetinchem, 2023: Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers / Mr. H.J. Steenbergenstichting

https://www.york.ac.uk/language/ypl/ypl2/15/YPL2-15-01-Pattison.pdf

In 2022

Bloemhoff, Henk, mit mitwarking van Jan Nijen Twilhaar (2022), Heliand in ’t Stellingwarfs. Assen.

Bloemhoff, Henk (2022), Veurtiermeri’je, “onder de schölk”, eerste SSR-stappen en nog wat ere flitsen. In: Darwinkel, Abel, Harmen Houtman en Sietske Bloemhoff (red.), Vuuftig. Gien woord tevule. Berkoop / Oldeberkoop: 9-19

Bloemhoff, Henk (2022), Et Stellingwarfs Woordeboek en meer: tael-, naemkundig en literair-historisch onderzuuk van de Stellingwarver Schrieversronte. In: Darwinkel, Abel, Harmen Houtman en Sietske Bloemhoff (red.), Vuuftig. Gien woord tevule. Berkoop / Oldeberkoop: 30-51

Bloemhoff, Henk (2022), Verbeeld in een schets: vuuftig jaor kursuswark Stellingwarfs. In: Darwinkel, Abel, Harmen Houtman en Sietske Bloemhoff (red.), Vuuftig. Gien woord tevule. Berkoop / Oldeberkoop: 123-125

Bloemhoff, Henk (2022), Heliand in ’t Stellingwarfs. In: De OvendStellingwarfs Tiedschrift 50, 4: 17-19

Bloemhoff, Henk (2022), Stellingwerfse data uit 1931. In: Oostendorp, M. van & S. Wolff (red.), Het Dialectendoeboek: De schatkamer van 90 jaar Meertens Instituut. Gorredijk: Sterck & De Vreese: 33-35

Bloemhoff, Henk en Jan Nijen Twilhaar (2022), Nieuwe Nedersaksische vertalingen van de Oudsaksische Heliand. In: Neerlandistiek 10 juli 2022 [www.neerlandistiek.nl]

Darwinkel, Abel, Harmen Houtman en Sietske Bloemhoff (red.) (2022), Vuuftig. Gien woord tevule. Stellingwarver Schrieversronte 1972-2022 etc. Berkoop  Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte [jubileumboek 50 jaar SSR]

Nijen Twilhaar, Jan, met medewerking van Henk Bloemhoff (2022), Heliand in het Sallaands. Assen.

Nijen Twilhaar, Jan (2022), Foneem en spelling. In: M. van Oostendorp & S. Wolff (red.), Het dialectendoeboek. De schatkamer van 90 jaar Meertens Instituut. Amsterdam: Meertens Instituur/Sterck & De Vreese: 109-112

Nijen Twilhaar, Jan (2022), Gerrit Jan Martens. De taal van Ommen en contreien. Boekbespreking in Nederlandse Taalkunde 27 (2022): 282-285

Nijen Twilhaar, Jan (2022), Paul Van Hauwermeiren. Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen. Boekbespreking in Nederlandse Taalkunde 27 (2022), 135-138

Nijen Twilhaar, Jan (2022), Nîet Jan van d’n bakker, maer oonzen Jan. Woordgeslacht in het Hellendoorns. Neerlandistiek 7 oktober 2022 [www.neerlandistiek.nl]

Nijen Twilhaar, Jan (2022), Taalverandering en taalergernis. Neerlandistiek 30 juli 2022  [www.neerlandistiek.nl]

Nijen Twilhaar, Jan (2022), Spelling en taalverandering. Neerlandistiek 26 juli 2022 [www.neerlandistiek.nl]

Nijen Twilhaar, Jan (2022), Spelling en taalkundige kennis. Neerlandistiek 20 juli 2022 [www.neerlandistiek.nl]

Scholtmeijer, Harrie (2022), Wie komt uit de kerk? In: M. van Oostendorp en S. Wolff (red.), Het dialectendoeboek. De schatkamer van 90 jaar Meertens Instituut. Gorredijk: Sterck & De Vreese: 137-140

Scholtmeijer, Harrie (2022), Het Giethoornse dialect. In: Harmannus Schuurmans, Van de oude garde en een jong predikant (Giethoorn door de ogen van een jonge predikant). Giethoorn: Doopsgezinde gemeente Giethoorn: 112-119

Sodmann, Timothy (2022), Heliand. De Oudsaksische tekst. Assen.

Wieling, Martijn, Dialect digitaal: nieuwe kansen voor streektaalgebruik en -onder-zoek. Oratie Rijksuniversiteit Groningen. Groningen: University of Groningen Press 2022.

In 2021

Bloemhoff, Henk (2021), Vijftig jaar promotie van het Stellingwerfs, en meer. In: De Tier, Veronique, Anne-Sophie Ghyselen. Lysbeth Jongbloed-Faber  en Hans Van de Velde (red.), De (on)zin van taal- en dialectpromotie. Lezingen gehouden op de internationale streektaalconferentie in Leeuwarden op 8 juni 2018. Leiden: Stichting Nederlandse Dialecten: 47-61

Bloemhoff, Henk (2021), Op ‘e Schostienmaantel: SSR “onder de scholk”; “Waor de Lende´ zien begin en nog zo wat henne. In: De Ovend. Stellingwarfs Tiedschrift 49-5 (2021): 21-24

Bloemhoff, Henk, (2021), “Belle”: zien veurkommen in de betekenis “luudklokke”. In: De Ovend. Stellingwarfs Tiedschrift 49-2 (2021): 13-15

Bloemhoff, Henk (2021), Twietel, de naeme van een buurtschop onder Makkinge. In: De Ovend. Stellingwarfs Tiedschrift 49-6 (2021): 11-14

Klok, Carol (2021), Bargoense en Jiddische lienwoorden in de Stellingwarver tael. In: De Ovend. Stellingwarfs Tiedschrift 49-6 (2021): 21-24

Nijen Twilhaar, Jan (2021), Jiddische vormen in het Oost-Nederlands. Neerlandistiek 5 september 2021 [www.neerlandistiek.nl]

Nijen Twilhaar, Jan (2021), Verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden en grammaticaal gestuurde sjwadeletie. Neerlandistiek 13 juni 2021 [www.neerlandistiek.nl]

Nijkeuter, Henk (2021), ‘Harm Boom’. In: Reis door literair erfgoed. Een Drentsch gemeente-assessor met zijn twee neven op reis naar Amsterdam in ’t voorjaar van 1843. Deel I. Harm Boom en Alexander L. Lesturgeon bezorgd en van noten voorzien door Gerard Stout. Peize: 13-17.

Nijkeuter, Henk (2021), ‘Jans Pol, propagandist van de vrije koloniën’. In: Reis door literair erfgoed. Harm en zien bruur Luuks & Hannegien. Analyse van een streekroman van Jans Pol door Gerard Stout. Peize: 45-47.

Scholtmeijer, Harrie (2021), De paradoxale populariteit van de Groningse Kerkdienst in Amsterdam. In: P. Wolthuis-Flik (red.), Grunn in Amsterdam. 15 jaar Grunneger kerkdainsten in de Oude Lutherse Kerk. Amsterdam: Diaconie Evangelisch-Lutherse Gemeente, p. 10-13.

2020

Nijkeuter, Henk (2020), ‘De Podagristen’. In: G. Stout, Reis door Drents erfgoedVan Bentheim naar Koevorden. De vestingstad Koevorden. Een stadswandeling. Peize. Deel I t/m VII. Deel II: 288-289

Nijkeuter, H., A. Darwinkel en R. Klaucke (2020), Midwintertradities in Drenthe. Van zute wien en zolte bonen. Assen.

Nijkeuter, Henk (2020), ‘Sint-Nicolaas in de Drentse literatuur’. In: Waardeel. Drents Historisch Tijdschrift 40 (2020) nr. 4, 3-11.

Nijkeuter, Henk en Henk Bloemhoff (2020), ‘Karl Sauvagerd, “De Tied blif Baas”. Ausgewählte Texte und ein Lebensbild’. In: Jaorboek Nedersaksisch. 1. Oosterwolde: 90-94.

Siewert, J., Scherrer, Y., Wieling, M., & Tiedemann, J. (2020), LSDC – A comprehensive dataset for Low Saxon dialect classification

Proceedings of the 7th Workshop on NLP for Similar Languages, Varieties and Dialects: 25 – 35.

Veur eerdere jaoren zie o.a. de link Niederdeutsche Bibliographie, waoronder Nedersaksische taelkunde: http://www.vnds.de/fileadmin/vnds/user_upload/Downloads/vnds-bibliographie_2020_12.pdf

Nedersaksisch – wat et is, waor et is en hoe et bruukt wodt

Nedersaksisch is een regionaole tael die vanoolds in een groot diel van Nederlaand bruukt wodt. Et is de meraokels oolde en ok biezundere tael van et noorden en oosten. Et Nedersaksisch het altied wel een ienhied west, al beston en bestaot die in een fleurige verscheidenhied. De ienhied bestaot deur etzelde komof, mar die varieert dus en dat is al naor gelang de regio. Deur de jaoren henne is d’r gien ienhiedstael Nedersaksisch ontstaon. Daor het ok nooit gien verlet van west. In elk gebied wodt vanoolds de eigen gewestelike variaant of heufdvariëteit bruukt en deur mennig meensken koesterd. Binnen de gewestelike vormen bestaon ok weer plaetselike verschillen. 

De heufdvariëteiten die men onderscheidet bin, van et noorden uut op een riegeltien zet: Grunnings, Drents, Stellingwarfs, Sallaans, Twents, Aachterhoekers en Veluws. Die eigen taelnaemen bin ooit ontstaon bi’j de iewenoolde  benaemings van de regio’s. Plaetselike variëteiten wo’n deurgaons naor een dòrp of stad nuumd, zoas et Riessens en et Stienwiekers. Of naor een kleine streek, zoas et Westerwoolds en et Westerkertiers.

Taalkaart1
Kaortien Stellingwarfs

Nedersaksisch bin ok et Urkers in de perveensie Flevolaand en de variëteit van de gemiente Bunschoten (perveensie Utrecht). Ok et Gooise ‘Huizens’ wodt as een vorm van Nedersaksisch beschouwd, liekas et Kollumerlaans in de Friese streek Kollumerlaand, dat taelig anslöt bi’j et Grunnings van et Westerkertier.    

kaortien 1

De heufdvariëteiten in de verschillende gewesten (bron: Nedersaksisch in een notendop)

Struktuur: now en vroeger

De bouw van een tael kenmarkt die tael. Ok bi’j et Nedersaksisch is dat zo. We kennen die tael as een regionaole tael in Nederlaand, en zodoende wodt die tael hiel vaeke vergeleken mit de heufdtael van et laand, et Nederlaans. Wat dan opvaalt is, bi’jveurbeeld, dat de onbeklemtoonde –en zoas in woorden as ‘laten’, ‘slijpen’ en ‘gebruiken’ uut et Nederlaans, niet krek zo uutspreuken wodt in et Nedersaksisch. Dus niet zoas Nederlaans –en of –e, mar als –tn, –pm en kng.

Zo is d’r netuurlik vule meer eigen an et Nedersaksisch. Want ‘laten’ bi’jveurbeeld het in et Nedersaksisch een ao-klaank, en wodt dus in de meerste gebieden as laoten schreven. Ok wel als loaten trouwens, veural daor waor die klinker donker klinkt, mit naeme in de perveensie Grunningen, en veerder ok in Twente. ‘Slijpen’ is in et Nedersaksisch sliepen, en gebruiken is bruken of broeken, naor gelang et gebied. De spellingsystemen van de verschillende regio’s liggen vaaste en wieken onderling niet hiel stark of. Ze zorgen veur een vaast woordbeeld en dus veur leerberhied,  leesberhied en schriefberhied. Bi’j starke klaankverschillen wo’n netuurlik wel verschillende tekens bruukt. Een veurbeeld is et woord ‘goed’: dat komt o.a. veur as goud, good en goed, al naor gelang et zegd wodt in een variëteit.

Ie kun alle klaanken, woord- en zinsvormen van et Nedersaksisch beschrieven en de verschillen en overienkomsten mit aandere taelen bekieken en in schema’s en regels vatten. Zoks kuj’ dan ok nog verklaoren mit regels. Regels die de verschillen tussen de (heufd)variëteiten van de gewesten tot uutdrokking brengen bin vanzels al vaeke formeleerd. De aa-klank in late of laat ‘laat’ bi’jveurbeeld het him in sommige gebieden deurontwikkeld tot de donkere oa (Grunnings, noordelik Drents), in ere gebieden juust tot de heldere  ää (zoas in et Sallaans, Oost-Veluws) en weer veerder tot de nog helderder ae (Stellingwarfs).          

Verschillen mit et Nederlaans en netuurlik mit ere taelen, zoals as Engels, Duuts en Fries, bin d’r niet allienig op et terrein van de klaankleer (fonologie), mar ok op et terrein van de woordvorming (morfologie), zinsleer (syntaxis) en et veurkommen van woorden. Anderweggens ‘elders’ en völderweggens ‘op veel plaatsen’ zeg ie niet op die meniere in et Nederlaans. Waikschild / wiekscheld, wat zegd wodt van bonen mit een wieke schelle, zeg ie ok niet op zoe’n meniere in et Nederlaans. Die tael het gien anderweggens, wiekscheld en meer van zoks.

Veural in noordelik Nedersaksisch bin zinskonstrukties as omdat ze warken kund het de vaaste gewoonte en niet, zoas in et Nederlaans ‘omdat ze heeft kunnen werken’. Toch is et soms niet zo strak as et liekt. Een volgodder as omdat ze kon warken kan in zudelik Nedersaksisch weer wel, en zo is d’r vule meer.

De ontstaonsgeschiedenis van et Nedersaksisch plaetst die tael naost et Nederlaans. Dus niet onder et Nederlaans, as ‘dialekt van et Nederlaans’, een misverstaand dat gelokkig vule minder veurkomt as west het. Een vere veurloper van et Nedersaksisch is et Oer- of Protogermaans, daor as eersten Oost-, Noord- en Westgermaans uut votkwammen. Et Westgermaans gruuide van ±500 n.Chr. uut mekeer in Ooldfrankisch (ok wel: Ooldnederlaans), Ooldhoogduuts, Ooldfries en Ooldsaksisch (ok: Ooldnederduuts).

Et Ooldsaksisch ontwikkelde him waor et now Noordwest-Duutslaand en Noord- en Oost-Nederlaand hiet. Eerst weren d’r Franken in oostelik Nederlaand, mar doe in 270 n.Chr. de Romeinse limes et begaf, dat is de verdedigde greens veural bi’j de Rijn daele, trokken ze naor et zuden. De Saksen vulden de ruumte in oostelik en noordoostelik Nederlaand op. Et Nedersaksisch ontwikkelde him dus in et oosten en noorden. Daortegenover zol  uut variëteiten in et westelike kustgebied juust et Nederlaans ontstaon.

Nedersaksisch in Nederlaand   Ooldsaksisch: 500-1150 n.Chr. Middelnederduuts (ok: ‘Westelik Middelnederduuts’, ‘Middelnedersaksisch’ of ‘Oostelik Middelnederlaans’): 1150-1550 n.Chr. Daornao: Ni’jnederduuts, ok: Ni’jnedersaksisch: van 1550 n. Chr. ofNederlaans     Ooldnederlaans: 500-1200 n.Chr. Middelnederlaans: 1200-1500 n.Chr. Ni’jnederlands: 1500-now (Vroegni’jnederlaans: 1500-1700 n.Chr.)

De fasen mit heur jaortallen (bron: Nedersaksisch in een notendop)

Historisch van groot belang is de relaosie mit et Nederduuts in Noord-Duutsland. Et Nedersaksisch liekewel as et Nederduuts (regionaol: Nedderdüütsch, Hoogduuts: Niederdeutsch) kommen uut et Ooldsaksisch, zoas dat nog bekend is van et kristelike heldenepos Heliand van omdebi’j et jaor 825.

Et Ooldsaksisch het him ontwikkeld tot Middelnederduuts, in Noord-Duutsland mar ok in oonze gewesten. In de fase van et Middelnederduuts hebben de gewestelike Nedersaksische taelen van now heur ontwikkeld. Dat wil zeggen de vormen van Ni’jnedersaksisch zoas Drents, Stellingwarfs, Twents enz. zoas we die tot vandaege-de-dag kennen.

Et Ooldsaksisch wodde tot an de Elbe spreuken en in et noorden tot an Kiel. Van et aende van de 10de tot in de 14de ieuw was d’r een starke trek naor oosteliker gebieden en dat brocht daor ok et Middelnederduuts mit. In Nederlaand was et Ooldsaksisch tot en mit de Veluwe, in et noorden tot en mit de stad Grunningen. De Grunninger Ommelanen weren eerst Friestaelig, mar om ±1500 was die tael daor al hielemaole vervongen deur et Nedersaksisch.

kaartje 2

Et gebied van et Ooldsaksisch en et daoruut ontstaone Middelnedersaksisch / Middelnederduuts in Nederlaand (bron: Nedersaksisch in een notendop)

Wardering, gebruuk en veurzienings

Et Nedersaksisch / Nederduuts staot al iewenlaank bekend as Saksisch en Nedersaksisch. De verschillende vormen bin gien staanderdtaelen wodden zoas Nederlaans en Hoogduuts, mar toch wodde et Nederduuts / Nedersaksisch as belangrieke schreven tael bruukt. Dat was bi’jveurbeeld in de Hanze en in de wereld van de Mederne Devotie. Van de twiede helte van de 17de ieuw of zien we een opkomst en laeter een  gruui as schreven tael  in mit naeme poëzie en proza.

Pas mit de invoering van et Europees Haandvest veur regionaole taelen of taelen van minderheden in de jaoren negentig hebben et Nederduuts en et Nedersaksisch beide nationaole en internationaole erkenning kregen. In beide gevallen is de officiële anduding die van regionaole tael. In de meerste Noord-Duutse dielstaoten gebeurde de erkenning in et kader van diel III van et haandvest, bi’jveurbeeld in Nedersaksen en Sleeswiek-Holstien. De Nederlaanse laandelike overhied (et riek) wol et holen bi’j diel II.

In oktober 2019 is in de vorm van een nationaol Konvenaant Nedersaksisch de staotus as zelsstaandige en volweerdige tael officieel vaastelegd deur de laandelike en regionaole overheden. Et konvenaant is onder meer d’r op richt om nog altied bestaonde bangighied om de tael te bruken – deur schaemte, een gevuul van minderweerdighied – weg te nemen en et Nedersaksisch as volweerdige tael  bluuien te laoten in alle domeinen, dus in alle daenkbere situaosies in et leven van de meensken. Dan kun ok ni’je generaosies d’r volop gebruuk van maeken zonder dat ze d’r perblemen bi’j vulen hoeven of deur kriegen.

De perveensies Grunningen, Drenthe, Overiessel, Gelderlaand, Frieslaand en de gemienten Oost- en West-Stellingwarf gellen as ‘eerstverantwoordelik’  veur et taelbeleid; et riek warkt, ok neffens et konvenaant, anvullend. En netuurlik bin d’r aorig wat private verienings en instellings die zels, ok al in de tied veur de Europese en nationaole erkennings, et Nedersaksisch steunden en steunen.

Beheersing en in de praktiek bruken van et Nedersaksisch gaon niet hielemaole geliekop. Veul meensken kun heur eigen regionaole vorm van et Nedersaksisch redelik tot hiel goed praoten, mar maeken d’r gien of mar weinig gebruuk van. Deur een gevuul van schaemte, deur de opvatting daj’ allienig in et Nederlaans kommuniceren moeten zollen, deur et idee dat alles toch staorigan overgaot naor et Engels of omdat men ‘niet goed verstaonber’ wezen zol, en zo meer. Wiels et Europees Haandvest en et Konvenaant Nedersaksisch juust vraogen om een levend gebruuk in alle maotschoppelike domeinen.

In 2003/2004 wodde een taeltelling Nedersaksisch holen naor et beheersen en bruken van et Nedersaksisch in Grunningen, Drenthe, Stellingwarf, Stienwiekerland, Sallaand, Twente, Achterhoeke en Veluwe, overal op dezelde meniere. In de volgende tebel lees ie een tal belangrieke risseltaoten.

A. spreken kunnenB. thuus sprekenC. frequent lezen
om de 75%om de 60%om de 50%
1. Grunningen 2. Drenthe 3. Twente 4, 5 West-Overiessel en Aachterhoeke1. West-Overiessel 2. Twente 3. Aachterhoeke1. West-Stellingwarf 2. Drenthe 3. Oost-Stellingwarf  
om de 66%om de 50%om de 45%
6. Stienwiekerlaand 7. West-Stellingwarf4. West-Stellingwarf 5. Drenthe 6. Stienwiekerlaand 7. Grunningen4. Twente 5. Grunningen 6.West-Overiessel 7. Aachterhoeke 8. Stienwiekerlaand
tegen de 50%om de 33%om de  33%
8. Oost-Stellingwarf 9. Veluwe8. Veluwe 9. Oost-Stellingwarf9. Veluwe

De regio’s odderd neffens ‘et praoten kunnen’, ‘et thuus praoten’ en ‘frequent lezen’ (bron: Handboek Nedersaksisch (Assen, 2008)).

De meerste regio’s beschikken elk over een eigen streektaelinstituut veur et Nedersaksisch van et eigen gebied. Daor is veul info te kriegen en ze kun hulpe bieden bi’j et bruken van et Nedersaksisch van heur gewest. Die instellings warken ok, de iene meer, de aandere wat minder, veur de schoelen, mit naeme veur et basisonderwies. Op disse webstee Nedersaksisch.com bin de webstee-adressen wel te vienen. Veur een tal overkoepelende zaeken bestaot SONT, de Streektaalorganisaties Nedersaksisch Taalgebied. Die vertegenwoordigen et Nedersaksisch ok bi’j de Noordduutse Bundesraat för Nedderdüütsch en in et Nederlaanse Europees Buro veur Kleine Taelen (EBLT).

Veerdere infermaosie over et Nedersaksisch

We vervangen mit disse tekst netuurlik niet de bestaonde infoboeken. Daor bin veul en veul meer gegevens en inzichten in te vienen. We verwiezen d’r kot naor, hieronder.

Beknopt, leesber en toegelieke toch uutvoerig, vertellende over et hiele gebied, is Nedersaksisch in een notendop. Inleiding in de Nedersaksische taal en literatuur, deur Henk Bloemhoff, Philomène Bloemhoff-de Bruijn, Jan Nijen Twilhaar, Henk Nijkeuter en Harrie Scholtmeijer (Assen, 2019).

Van een jaor laeter is de Engelstalige versie, dat is de vertaeling deur Hans Veenkamp: Introduction to Dutch Low-Saxon. Language and Literature (Assen, 2020).

Handboek Nedersaksische Taal en Letterkunde is hielemaole wat de titel al angeft: ét haandboek veur et Nedersaksisch, mit hiel veul infermaosie over de tael en schrieveri’je (onder redaktie van Henk Bloemhoff, Jurjen van der Kooi, Hermann Niebaum en Siemon Reker  (Assen, 2008)). Et haandboek is allienig nog digitaol te raodplegen en kan zo wél makkelik deurzocht wodden. Dat is op https://dbnl.org/tekst/kooi001hand01_01/

Engelstaelig bin de heufdstokken over fonologie, morfologie, syntaxis en over sociolinguïstische aspekten van et Nedersaksisch in Language and Space. Dutch, onder redaktie van Frans Hinskens en Johan Taeldeman (Berlien, 2013).

Hielemaole over beheersing en gebruuk is et verslag van de taeltelling Nedersaksisch:

https://www.stellingia.nl/wp-content/uploads/2014/12/Taaltelling-Nedersaksisch-1.pdf

Goed leesber bin ok de Nedersaksische ofleverings uut Taal in stad en land, een riegel publikaosies over de Nederlaanse en Vlaamse regionaole taelen en dialekten onder redaktie van Nicoline van der Sijs. Ze bin digitaol deur te zuken:

Gronings (2002), deur Siemon Reker: https://www.dbnl.org/tekst/reke001gron02_01/index.php

Stellingwerfs (2002), deur Henk Bloemhoff: https://www.dbnl.org/tekst/bloe011stel01_01/index.php

Drents (2004),deur Henk Bloemhoff en Henk Nijkeuter: https://www.dbnl.org/tekst/bloe011dren01_01/index.php

Sallands, Twents en Achterhoeks, deur Jan Nijen Twilhaar: https://www.dbnl.org/tekst/twil001sall01_01/index.php

Utrechts, Veluws en Flevolands, deur Harrie Scholtmeijer (2002): https://www.dbnl.org/tekst/scho017utre01_01/index.php

De beide bekende bloemlezings Nedersaksische poëzie en Nedersaksisch proza, elk mit wark van nao WO II, geven vlot een inkiek in de schrieveri’je. Dit bin de titels: Verrassend Nedersaksisch. Gedichten uit Groningen, Drenthe, Stellingwerf, Salland, het Land van Vollenhove, Twente en de Veluwe (Grunningen, 2010) en Gloepends mooie verhalen uit Stellingwerf, Groningen, Drenthe, Salland en het Land van Vollenhove, Twente, de Achterhoek en de Veluwe (Beilen, 2014).

(HBl., 15-5-2021)